Groeten: De groet die gebruikt wordt in de karatesport is een typisch Japanse groet; staande of geknield. Staande groet: Voeten haaks, gesloten, (heisoku dachi) armen langs het lichaam, daarna buigen. Bij binnenkomst in en bij het verlaten van de dojo brengt men de staande groet (men groet ook indien de dojo leeg is; dat houdt in dat je een groet brengt aan de dojo). Ook op het moment dat leerlingen met een partner samen gaan oefenen wordt door beiden de staande groet gebracht, deze wordt opnieuw gedaan nadat de training met deze partner beëindigt is. Geknielde groet (za-rei): Vanuit staande houding linkervoet achteruitbrengen en linkerknie op de grond plaatsen. Vervolgens hetzelfde met het rechterbeen. Daarna tenen plat en recht op de hielen gaan zitten, gebalde vuisten op de bovenbenen. Voor het groeten de handen voor de knieën op de grond plaatsen en buigen. Bij begin en einde van de training groeten de leerlingen op deze wijze de leraar waarbij de leerlingen in volgorde van graad, op een rij zitten. De hoogst gegradueerde karateka (sempai) zit geheel rechts en geeft het commando tot groeten, nadat hij of zij zich overtuigd heeft dat alle leerlingen correct in de voorgeschreven houding zitten. Het commando voor groeten is: Rei of Sensei ni, rei (letterlijk: de leraar is er, groeten). Groet commando’s bij begin en einde van de training: 1 | seiza | ga zitten | (neem de za-rei aan) | 2 | sensei ni rei | buiging | (leerlingen groeten leraar) | 3 | otogai ni rei | buiging | (wederzijdse groet) | 4 | kirutsu | opstaan | (leerlingen staan op) |
|